Realisatie e-health is als vechten met een veelkoppig monster
“e-Health is absoluut essentieel voor het handhaven van de kwaliteit, toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg”, sprak minister Ab Klink op het World Congress on Information Technology (WCIT), een driedaags internationaal congres dat in mei plaatsvond. Hij is samen met vele anderen van overtuigd dat het huidige zorgsysteem niet duurzaam is. Wat zijn knelpunten en wat kan ICT hierin betekenen? ICT-office deed verslag van de discussies die plaatsvonden tijdens de e-health-sessies.
Veel partijen en ‘stakeholders’ zijn inmiddels doordrongen van de noodzaak van e-health als structureel alternatief van de kaasschaaf. Maar ze vinden het lastig om een heldere ambitie te formuleren met bijbehorend tijdspad. De onderlinge afhankelijkheden zijn enorm en de realisatie van e-health (of ‘Zorg 2.0’) heeft iets weg van een gevecht met een veelkoppig monster. Het blijkt in de praktijk niet eenvoudig om burgers en patiënten, overheid, zbo’s, verzekeraars, huisartsen, specialisten, paramedici, verzorgers, apothekers, ziekenhuizen en al hun koepelorganisaties op één lijn te krijgen als het gaat om het slim herschikken van de zorg met behulp van ICT.
Prima Praktijk: MijnZorgNet
Op het WCIT vormde e-health een belangrijk programma-onderdeel, dat werd gecoördineerd door ZIP-lid Marijke van Hees. Tijdens een van de sessies sprak prof. dr. Bastiaan Bloem, oprichter van MijnZorgNet. “De wereld is aan de ene kant helemaal klaar voor een andere benadering. Dat merk je aan patiënten en in toenemende mate ook aan de zorgaanbieders. Maar op de een of andere manier is de gezondheidszorg in een soort innige omstrengeling verzeild geraakt van zorgverzekeraars met ziekenhuizen en met koepelorganisaties. En die omstrengeling maakt het heel lastig om in beweging te komen.”
e-Health: de knelpunten
Uit het verslag van ICT-office over e-health tijdens het WCIT komen vijf belangrijke knelpunten naar voren:
1. Perverse prikkels. Het vergoedingensysteem in de zorg houdt niet echt rekening met e-health-praktijken.
2. Follow-up. Er wordt van tevoren te weinig nagedacht over wat er aan het einde van een goed verlopen e-health pilot zou moeten gebeuren.
3. Standaardisatie en interoperabiliteit. Dit geldt op technisch vlak, maar vooral ook op semantisch gebied. Ziekenhuizen hebben hun handen vol aan de integratie van hun eigen systemen, dus uitwisseling met anderen – nodig voor de ‘kanteling’ van de zorg – is helemaal een probleem. Opschaling van e-health-projecten is daardoor erg moeilijk.
4. Regie. E-health is een veelkoppig monster. Er zijn talloze stakeholders die waar het e-health betreft onvoldoende samenwerken en geen goed gezamenlijk platform hebben.
5. Cultuur. Medische professionals staan vaak niet open voor het toepassen van ICT-middelen en hebben vaak moeite met het toepassen van ICT omdat ze daarin niet opgeleid zijn. Ook zijn ze niet altijd even blij met de veranderende verhoudingen die de inzet van e-health met zich meebrengt.